ZigZagCity 2014 portret: aspirant architect Nordin

MG 6306
Door: ZigZag City

Voor ZigZagCity gaat Dore van Duivenbode op zoek naar mooie verhalen op de route. Zo sprak zij apirant architect Nordin Bohm (12 jaar). Hij is bewoner van de Haagseveer en gaat naar de Jan Prins basisschool.

‘Die daar!’ Nordin wijst omhoog. ‘Hij heeft aparte vormen, loopt anders uit.’ Een twaalfjarige vinger priemt naar het hoofdkantoor van Fortis, Nordin’s lievelingsgebouw. De basisschoolscholier ziet het ontwerp van Helmut Jahn iedere dag. Nordin mag sinds een jaar alleen naar school, dat vond hij de eerste keer spannend. Inmiddels niet meer. Nordin: ‘Ik let altijd op.’

Zijn route begint thuis bij de Haagseveer, gaat over de Meent, via de Westewagenstraat, de Keizerstraat, tot aan de Nieuwstraat. Bij Albert Heijn koopt Nordin een croissantje. Het is een wandeling van acht minuten.

nordin

Ik vind alles leuk
‘Er wordt mij vaak gevraagd wat ik vind van de stad.’ Nordin trekt zijn rugzak strak. Met name in Texel zijn ze benieuwd naar Nordins mening. De blonde puber gaat er iedere zomer op vakantie. ‘Ik vind alles leuk. Echt waar. Dat snappen ze daar niet, ze vinden het hier veel te druk. Dat komt doordat je niet in de stad bent opgegroeid, zeg ik dan. Ik vind het juist onhandig dat alles op Texel zo ver weg is. Voor iedere winkel moet je een eind fietsen. Hier is alles lekker dichtbij.’

Toch zijn er ook nadelen aan de stad. ‘Door al die bouwputten moet ik steeds omlopen. Irritant is dat.’ Voor Café Brasserie Dudok blijft Nordin staan. ‘En dit is best wel eng.’ Hij kijkt naar links, naar rechts. ‘Auto’s rijden hier heel hard. Er zouden stoplichten moeten komen.’ Nog eens naar links, nog eens naar rechts. ‘Desnóóds een zebrapad.’ Een laatste keer links, een laatste keer rechts. Nordin stapt de stoep af en steekt over. ‘Mensen vinden het brede zebrapad bij de markt irritant, dus trekken ze bij dit kruispunt extra hard op.’

Echt bouwen, niet alleen tekenen
Vanuit zijn slaapkamerraam kijkt Nordin op het water. Dat doet hij graag. ‘Sinds kort kan ik, als ik uit het raam hang, het dak van de Markthal zien.’ Niettemin, hoe ver hij ook naar buiten hangt, zijn basisschool is net uit zicht. ‘Wist je dat de Jan Prins een architectonische prijs heeft gewonnen? Voor de speelplaats op het dak. Soms zit ik in de klas en dan zie ik spullen naar beneden vallen.’ Nordin trekt het raam weer dicht. ‘Een rode skippybal of plastic tasjes.’

Aan de andere kant van het water woont Nordins beste vriend. Vorig jaar communiceerden de jongens per walky talky, dit jaar via Whats App. Nordin wijst naar de golfplaten overkant. ‘Dan sta ik hier en hij daar.’ Nordin vindt het grappige huizen. ‘Eerst lopen ze scheef, dan weer recht. En daar weer scheef en daarboven weer recht. Ook zijn de kleuren mooi.’ Roestig, vergeeld en dof. ‘Rood-wit-blauw,’ legt Nordin uit. ‘De Nederlandse vlag.’

Later wordt Nordin architect. Een echte. Eén die niet alleen tekent, één die bouwt. ‘Ik teken geen rare fantasie. Ik teken nuttige dingen, zoals een opruimrobot. Dat is een robot die opruimt.’ Ook Nordin’s grootvader was architect, ook hij tekende nuttige dingen. Tropicana’s groene glijbaan is van zijn hand. Helaas heeft Nordin nooit van zijn opa’s glijbaan kunnen glijden. ‘Ik ken alleen het gedeelte dat buitenom gaat. Irritant is dat.’

foto: http://www.contemporaryrotterdam.nl/